Wat verandert er in de orthopedie?
De LROI-jaarrapportage 2026 geeft inzicht in de ontwikkeling van gewrichtsimplantaten en de behandeling van klompvoeten in Nederland over de afgelopen 19 jaar. Van het aantal geplaatste prothesen en de overleving ervan tot hoe vaak een revisie nodig is en wat patiënten ervan vinden.
Hieronder een aantal opvallende ontwikkelingen op een rij.
Nieuw in 2026
Sinds dit jaar worden PROM-uitkomsten (patiëntgerapporteerde uitkomsten) weergegeven met boxplots. Daarmee wordt niet alleen het gemiddelde zichtbaar, maar ook de mediaan en de spreiding van de scores. Ook laat de rapportage zien waarin patiënten die wel en geen PROM-vragenlijst invullen van elkaar verschillen. Daarnaast is voor heup-, knie- en schouderprothesen de verdeling van primaire en revisie-ingrepen naar type ziekenhuis toegevoegd.
Opvallende ontwikkelingen
Aantal primaire heupprothesen stabiliseert
Na jaren van groei lijkt het aantal primaire heupprothesen zich te stabiliseren. Een interessante ontwikkeling: komt dit door een veranderde zorgvraag, betere conservatieve behandeling, een veranderde indicatiestelling of is een nieuw evenwicht bereikt?
Anterieure benadering blijft groeien
De anterieure benadering wordt steeds vaker gebruikt bij het plaatsen van een primaire heupprothese. De verschuiving kan samenhangen met onder meer toenemende ervaring, veranderende opleidingspatronen, patiëntvoorkeuren en de verwachting van een sneller functioneel herstel.
Steeds vaker cementloos bij mediale unicondylaire knieprothesen
Bij primaire mediale unicondylaire knieprothesen is een duidelijke verschuiving zichtbaar. Het aandeel ongecementeerde plaatsingen steeg van 47% in 2016 naar 73% in 2025. Ontwikkelingen in implantaatontwerp en toenemende chirurgische ervaring kunnen een rol spelen bij deze verschuiving.
Infectie belangrijkste reden voor heuprevisie
Infectie was in 2016 de reden voor 19% van de heuprevisies. In 2025 was dat 29%. Daarmee is infectie inmiddels de meest geregistreerde revisiereden. Tegelijkertijd nam het aandeel revisies vanwege loslating van de acetabulum- en femurcomponent af.
Meer ongecementeerde knieprothesen
Het aandeel ongecementeerde totale knieprothesen steeg van 3,6% in 2016 naar 11,6% in 2025. Dat is meer dan een verdrievoudiging in negen jaar. Gecementeerde fixatie wordt nog steeds bij de meerderheid van de totale knieprothesen gebruikt.
Posterior stabilized blijft populair
Meer dan 60% van de primaire totale knieprothesen heeft een posterior stabilized-design, waarbij de functie van de achterste kruisband wordt overgenomen door de prothese. Dit aandeel is de afgelopen jaren vrijwel stabiel gebleven. Eerder LROI-onderzoek liet zien dat dit type prothese een hogere kans op revisie heeft dan een cruciate retaining-prothese.
Groei en innovatie bij enkelprothesen
Het aantal geplaatste enkelprothesen steeg van 169 in 2016 naar 250 in 2025. Ook patiëntspecifieke instrumentatie (PSI) wordt vaker gebruikt: het aandeel steeg van 31% in 2022 naar 56% in 2025. De overleving van enkelprothesen bleef daarbij vergelijkbaar.
Sterke groei van schouderprothese-ingrepen
In 2025 werden 5.294 ingrepen geregistreerd, tegenover 2.893 in 2016. Het aandeel reversed schouderprothesen nam sterk toe: in 2025 was 82% van de primaire schouderprothesen een reversed schouderprothese. Hemi- en resurfacingprothesen worden juist minder gebruikt.
Unicondylaire knieprothese wint terrein
Het aandeel unicondylaire knieprothesen steeg van 11% in 2016 naar 25% in 2025. Het aandeel totale knieprothesen daalde in dezelfde periode van 89% naar 75%.
Benieuwd naar meer?
Bekijk de LROI-jaarrapportage op lroi.nl/jaarrapportage.
Vragen of suggesties?
Mail de LROI via lroi@orthopeden.org.
Hieronder een aantal opvallende ontwikkelingen op een rij.
Nieuw in 2026
Sinds dit jaar worden PROM-uitkomsten (patiëntgerapporteerde uitkomsten) weergegeven met boxplots. Daarmee wordt niet alleen het gemiddelde zichtbaar, maar ook de mediaan en de spreiding van de scores. Ook laat de rapportage zien waarin patiënten die wel en geen PROM-vragenlijst invullen van elkaar verschillen. Daarnaast is voor heup-, knie- en schouderprothesen de verdeling van primaire en revisie-ingrepen naar type ziekenhuis toegevoegd.

Opvallende ontwikkelingen
Aantal primaire heupprothesen stabiliseert
Na jaren van groei lijkt het aantal primaire heupprothesen zich te stabiliseren. Een interessante ontwikkeling: komt dit door een veranderde zorgvraag, betere conservatieve behandeling, een veranderde indicatiestelling of is een nieuw evenwicht bereikt?
Anterieure benadering blijft groeien
De anterieure benadering wordt steeds vaker gebruikt bij het plaatsen van een primaire heupprothese. De verschuiving kan samenhangen met onder meer toenemende ervaring, veranderende opleidingspatronen, patiëntvoorkeuren en de verwachting van een sneller functioneel herstel.
Steeds vaker cementloos bij mediale unicondylaire knieprothesen
Bij primaire mediale unicondylaire knieprothesen is een duidelijke verschuiving zichtbaar. Het aandeel ongecementeerde plaatsingen steeg van 47% in 2016 naar 73% in 2025. Ontwikkelingen in implantaatontwerp en toenemende chirurgische ervaring kunnen een rol spelen bij deze verschuiving.
Infectie belangrijkste reden voor heuprevisie
Infectie was in 2016 de reden voor 19% van de heuprevisies. In 2025 was dat 29%. Daarmee is infectie inmiddels de meest geregistreerde revisiereden. Tegelijkertijd nam het aandeel revisies vanwege loslating van de acetabulum- en femurcomponent af.
Meer ongecementeerde knieprothesen
Het aandeel ongecementeerde totale knieprothesen steeg van 3,6% in 2016 naar 11,6% in 2025. Dat is meer dan een verdrievoudiging in negen jaar. Gecementeerde fixatie wordt nog steeds bij de meerderheid van de totale knieprothesen gebruikt.
Posterior stabilized blijft populair
Meer dan 60% van de primaire totale knieprothesen heeft een posterior stabilized-design, waarbij de functie van de achterste kruisband wordt overgenomen door de prothese. Dit aandeel is de afgelopen jaren vrijwel stabiel gebleven. Eerder LROI-onderzoek liet zien dat dit type prothese een hogere kans op revisie heeft dan een cruciate retaining-prothese.
Groei en innovatie bij enkelprothesen
Het aantal geplaatste enkelprothesen steeg van 169 in 2016 naar 250 in 2025. Ook patiëntspecifieke instrumentatie (PSI) wordt vaker gebruikt: het aandeel steeg van 31% in 2022 naar 56% in 2025. De overleving van enkelprothesen bleef daarbij vergelijkbaar.
Sterke groei van schouderprothese-ingrepen
In 2025 werden 5.294 ingrepen geregistreerd, tegenover 2.893 in 2016. Het aandeel reversed schouderprothesen nam sterk toe: in 2025 was 82% van de primaire schouderprothesen een reversed schouderprothese. Hemi- en resurfacingprothesen worden juist minder gebruikt.
Unicondylaire knieprothese wint terrein
Het aandeel unicondylaire knieprothesen steeg van 11% in 2016 naar 25% in 2025. Het aandeel totale knieprothesen daalde in dezelfde periode van 89% naar 75%.
Benieuwd naar meer?
Bekijk de LROI-jaarrapportage op lroi.nl/jaarrapportage.
Vragen of suggesties?
Mail de LROI via lroi@orthopeden.org.